Geschiedenis
Na de oprichting van een katholieke universiteit, eerst in Mechelen (1834), vervolgens in Leuven (1835) werd werk gemaakt van het oprichten van een nieuwe bibliotheek. Ze kwam tot stand door aankopen en schenkingen en was weldra een van de belangrijkste van het land.
De verzameling was gehuisvest in een 17e-eeuws huis in de Naamsestraat. In augustus 1914 werd het bij het begin van de Eerste Wereldoorlog door de Duitse aanvaller platgebrand. Hierdoor ging een groot aantal boeken verloren.
Na de oorlog
De oudere collecties, met veel manuscripten en de meest waardevolle werken van de universiteit waren al in de negentiende eeuw in de Bibliothèque nationale in Parijs terechtgekomen, terwijl het overige van de bibliotheek was overgedragen aan de École centrale van Brussel. De bibliotheek van de École centrale van Brussel kreeg ongeveer 80.000 volumes, die na 1814 aan de Centrale Bibliotheek van Brussel werden overgedragen, en vervolgens in de Koninklijke Bibliotheek terechtkwamen. Warren. Het neorenaissancistische gebouw werd opgetrokken tussen 1921 en 1928. Het gebouw was een gift van het Amerikaanse volk aan de stad Leuven en aan de KU Leuven.
In tegenstelling tot wat velen denken, waren het echter niet de oudere collecties van boeken van de Leuvense universiteit die in rook verdwenen, aangezien deze in 1797 waren ontvreemd door de Franse regering, maar betrof het de collectieopbouw van 1834 tot 1914.
Na de oorlog werd een nieuw gebouw opgericht en opnieuw een boekenverzameling aangelegd. De Universiteitsbibliotheek, een monumentale bibliotheek in Leuven, gelegen op het Mgr. Ladeuzeplein, werd ontworpen door Whitney Warren. Het neorenaissancistische gebouw werd opgetrokken tussen 1921 en 1928. Het gebouw was een gift van het Amerikaanse volk aan de stad Leuven en aan de KU Leuven.
